De Kleine Johannes
Het verhaal
"Ik zal U iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zo gebeurd. Zodra gij het niet meer gelooft, moet gij niet verder lezen, want dan schrijf ik niet voor U."
HET LIJKT EEN SPROOKJE, MAAR HET IS HET NIET
Frederik van Eeden zegt het zelf, hardop, aan het begin van "De Kleine Johannes". Zijn verhaal over het jongetje Johannes die allerlei ontmoetingen heeft met sprookjesfiguren en fabeldieren LIJKT op een sprookje, maar is het niet. Het is een duistere metafoor over dogma's, geloofsovertuigingen, wetenschappelijke onderzoekingen, politieke tegenstellingen... gevat in een verhaal dat hier en daar grappig en soms zelfs poëtisch is.
Aan de samenleving zoals Frederik van Eeden die destijds tekende, is nog niet eens zoveel veranderd. Nog steeds gebruiken we allerlei dieren voor dierproeven, nog steeds zijn er mieren die ten oorlog trekken omdat ze zeggen voor de vrede te vechten, nog altijd rukt de stad op en wordt de natuur vernielt, nog steeds is het in deze wereld niet mogelijk alleen maar te dromen... je kan geen kind blijven in onze maatschappij, want de liefdeloosheid maakt van ons allen volwassenen.
Het is jammer dat "De Kleine Johannes" in z'n imago veel van die scherpte heeft verloren. Het wordt heel vaak gelijkgesteld aan Bomans' "Erik of Het Klein Insectenboek", terwijl er een veel zwartere wortel zit aan het verhaal dan je op het eerste gezicht zou zeggen.
Voor Toetssteen is het boek daarmee bijna een directe vertaling van het eigen credo: "Wij willen smakelijk theater maken, met thema's die verankerd liggen in de samenleving. Theater dat hekelt en aanklaagt, en meteen ook vermaakt." Dat wij daarom al sinds jaar en dag ons eigen repertoire schrijven, is niet een doel op zich maar juist een afgeleide daarvan. Dat repertoire is voor het grootste gedeelte dan ook altijd gebaseerd op de documentaire werkelijkheid.
Omdat we altijd op zoek blijven naar nieuwe vormen om die houding tegenover de samenleving uit te drukken, nemen we dit keer onze toevlucht tot een boekbewerking. Maar dan wel zó'n bewerking dat de ware identiteit van het boek weer prangend naar boven wordt gehaald. Geen lieflijk sprookje, al zullen we daar zeker elementen aan ontlenen... maar een - zoals Van Eeden zegt - "waargebeurde geschiedenis" over geloven, hopen en weten.
Gelukkig geeft Van Eeden ons de vrijheid om "De Kleine Johannes" tijdloos en dus van onze tijd te maken. We zullen in de bewerking taalkundig proberen zo dicht mogelijk te blijven bij Van Eeden's origineel, hoewel we zullen ingrijpen als de taal té gedateerd is. Immers, onze voorstelling moet gaan over onze samenleving en dus over onze tijd. Veel associatie zal de toeschouwer ook niet nodig hebben om het gesprek met de Vredesmier te zien als iets dat ook de Persconferentie van George W. Bush zou kunnen zijn. De Vredesmier is namelijk niet op oorlog uit, dat zijn de Oorlogsmieren. De Vredesmier moet dus de Oorlogsmier vernietigen, omdat die anders een oorlog zou kunnen beginnen. De Vredesmier heeft gelijk, want de Vredesmier heeft de kop van de Eerste Echte Vredesmier. Nu zijn er mierenvolken die zich ook Vredesmieren noemen, maar die hebben niet de kop van de Eerste Echte Vredesmier en zijn dus eigenlijk Oorlogsmieren ook al geven ze dat niet toe. Ook die andere Vredesmieren moeten uitgeroeid worden.
Johannes wil wel geloven en hopen, maar de samenleving - en vooral de kwelgeesten Wistik en Kweetal - laten zien dat dát helemaal niet kán. Geloven in vrede? Geloven in liefde? Het is onmogelijk. De enige echte religie is de wetenschap... en die kent begrippen als genegenheid en liefde niet. Dus wordt het vrolijke konijn op de vivisectie-tafel gelegd en volledig ontleed. De kennis is het grootste doel, ook al maakt dat van ons alleen maar oorlogzuchtiger wezens.
Met die visie in het achterhoofd, en het algemene idee van Toetssteen om voorstellingen te maken die relevant zijn in de huidige samenleving, plus de neiging om daarvoor veel publiek te trekken en die toeschouwers ook te vermaken, zullen we voor "De Kleine Johannes" kiezen voor een uiterst moderne vormgeving - bijna hi-tec - en zeer hedendaagse muziek.
De verdichting zal hem dan ook vooral zitten in de spelprestaties van de acteurs. Bij deze "De Kleine Johannes" worden acteurs niet in mooie Disney-achtige mieren-pakken gehezen, omdat het dáár in feite niet over gaat. Er zal met een compacte groep acteurs daarom een intensief spelonderzoek worden gedaan waarin we vooral zullen kijken hoe je op andere en meer theatralere wijze vorm kunt geven aan fabeldieren en fantasiefiguren. Het gaat ons niet om het sprookje, het gaat om wat er mee gezegd kan worden.
"De Kleine Johannes" wordt daarom ook GEEN familie-voorstelling, zoals ze de laatste tijd veelal de kop op steken. Daarvoor is Frederik van Eeden's boek te snijdend, te vilein, te bitter. Juist die elementen willen we zoeken in de bewerking, in de regie en in het spel... en uiteindelijk in de manier waarop al die zaken samenkomen in de vormgeving. "De Kleine Johannes" wordt op die manier ontdaan van het stoffige imago dat het boek heeft opgelopen in de loop der tijd, door al die interpretaties die voorbijgaan aan de krachtdadige zinnen aan het begin van Van Eeden's boek.
In ons repertoire past "De Kleine Johannes" dan ook als een handschoen om een hand. Het is met diezelfde inhoudelijke gedrevenheid waarmee wij "Multatuli & Ik" hebben gemaakt, of "Meidagen", of "De Zaak L.A. Ries", of "De Palingboer" of "Sonneveld". Op het eerste gezicht zaken, verhalen en stukken die zich in het verleden afspelen, maar die onze tijd spiegelen en vertelt worden met de filmische verhaalvertelideeën zoals die nu leven.
"De Kleine Johannes" zal op een sprookje lijken, maar dat in wezen niet zijn...
Medewerkers
spel: Roos Schlikker, Marieke Uildriks, Gerda van Roshum,
Aimée Mars, Esther Werneke, Elise Hietbrink, Renate Bergsma,
Nienke Strikwerda en Riska Volkerts
auteur: Frederik van Eeden
tekstbewerking (voor toneel): Ger Beukenkamp
regie: Dick van den Heuvel
productie leiding: Roel Steinvoorte
productie: Carole Hoedemaker
productie-assistentie: Marijke van Iperen
lichtontwerk/uitvoering: Mike den Ottolander
pop: Karen Beens
coaching poppenspel: Bert Apeldoorn
coaching beweging: Boy Hazes
grafische vormgeving: Johanna Baptist
publiciteit: Renate Bergsma
kleding: Josje Timmers
rekwisieten: Fred Greebe